Gebruikersregels
3 Gebruikersregels proces Niet-planmatig onderhoud
3.1 Algemene regels
Deze paragraaf geeft inzicht in de algemene regels die gelden voor het sturen van de onderhoudsberichten.
3.1.1 Gebruik GS1-codes
In het elektronisch berichtenverkeer voor het proces Niet-planmatig onderhoud wordt gebruik gemaakt van GS1-codes voor het wereldwijd uniek coderen van adressen en locaties. Deze GS1-adrescode wordt internationaal ook wel Global Location Number (afgekort GLN) genoemd. Voor correcte elektronische communicatie is het belangrijk welke adresinformatie wordt gebruikt. Voor de berichten opdracht, statusmelding en factuur is het gebruik van de GLN-code verplichte voor adressen van de klant en leverancier.
3.1.2 Beschikbare berichten
De volgende berichten kunt u gebruiken voor het proces niet-planmatig onderhoud:
| Transactie | Bericht |
|---|---|
| Opdracht onderhoud/inspectie | Onderhoudsopdracht |
| Statusmelding | Onderhoudsstatus |
| Factuur | Factuur |
| Opvragen planning | Planningsverzoek |
| Reageren op Planningsverzoek | Planningsreactie |
Tabel 7: Transacties met bijbehorende berichten
3.1.3 Regels over de samenhang tussen de berichten
Voor dit proces zijn de volgende spelregels over de samenhang tussen de berichten vastgesteld:
- Een Planningsverzoek leidt tot maximaal één Planningsreactie.
- Een Planningsreactie verwijst naar één Planningsverzoek.
- Een Onderhoudsopdracht bevat één of meerdere opdrachtregels.
- Een Onderhoudsopdracht leidt tot één of meerdere Onderhoudsstatus berichten.
- Een Onderhoudsstatusbericht verwijst naar één of meerdere opdrachtregels uit één Onderhoudsopdracht.
- Eén Onderhoudsopdracht leidt tot één of meerdere Factuurberichten.
- Een Factuurbericht verwijst naar maximaal één Onderhoudsopdracht.
3.1.4 Regels over de verwijzing tussen de berichten
Om aan te geven dat bijvoorbeeld een factuur betrekking heeft op een bepaalde Onderhoudsopdracht zijn verwijzingen nodig. In onderstaande tabel zijn de verwijzingen tussen Planningsverzoek, Planningsreactie, Onderhoudsopdracht, Onderhoudsstatus en Factuur weergegeven:
| Identificatie | Mogelijke referenties | |
|---|---|---|
| Planningsverzoek | Berichtnummer | Bij herplannen: Berichtnummer betreffende Planningsverzoek |
| Mogelijke referenties: | Berichtnummer | Berichtnummer Planningsverzoek |
| Onderhoudsopdracht | Opdrachtnummer & Subopdrachtnummer | Berichtnummer |
| Onderhoudsstatus | Berichtnummer | Opdrachtnummer & Subopdrachtnummer |
| Factuurbericht | Factuurnummer | Opdrachtnummer & Subopdrachtnummer |
Tabel 8: Verwijzingen tussen de onderhoudsberichten
3.1.5 Regels over referenties op kopniveau
Een bericht bestaat uit een algemeen gedeelte, meestal aangeduid met ‘kopniveau’, waarin gegevens die voor het gehele bericht gelden worden gespecificeerd. U kunt hierbij denken aan de GS1-adrescode (GLN) van de klant en leverancier, en het bericht-, opdracht- en factuurnummer. Daarnaast bestaat er een zogenaamd ‘regelniveau’ waarin de gegevens van een specifieke taak/onderdeel van de opdracht kan worden weergegeven. Een regel bevat de gegevens van één taak binnen de opdracht. Een bericht bevat vaak meerdere regels.
3.1.6 Regels over referenties op regelniveau
Op regelniveau gebruikt u het opdrachtregelnummer als het referentienummer tussen de Onderhoudsopdracht, Onderhoudsstatus en Factuur.
3.2 Gebruikersregels opdracht Soort, Afspraakwijze en Typering
Met betrekking tot de kenmerken Opdracht Soort, Opdracht Afspraakwijze en Opdracht Typering (zie paragraaf 2.2) gelden de volgende regels:
- Opdracht Soort, Opdracht Afspraakwijze en Opdracht Typering zijn optioneel, minimaal één moet worden gevuld.
- Opdracht Typering MAO: u vermeldt hetzelfde opdrachtnummer en sub-opdrachtnummer als in de originele opdracht.
3.3 Gebruikersregels voor de samenhang en het gebruik van statuscodes
In paragraaf 2.7 zijn de statuscodes vermeld die u kunt gebruiken in het bericht Onderhoudsstatus. In de volgende paragrafen treft u enerzijds het schema aan met betrekking tot de volgorde en samenhang van de statuscodes en anderzijds welke gegevens bij welke statuscode worden uitgewisseld in het bericht Onderhoudsstatus.
3.3.1 Volgorde en samenhang statuscodes
In onderstaand schema is de samenhang en afhankelijkheid van de statuscodes weergegeven die in het bericht Onderhoudsstatus worden uitgewisseld tussen leverancier en klant.
Elke rij na de opdracht geeft de mogelijke statuscodes en de volgorde, van links naar rechts, waarin ze kunnen worden gebruikt via de bijbehorende afzonderlijke statusmeldingen. De rood gemerkte statuscodes zijn in de gekozen rij verplicht. Welke rij van toepassing is, is afhankelijk van welke afspraken zijn gemaakt tussen leverancier en klant.
Voorbeeld:
Na ontvangst van de opdracht van de klant stuurt de leverancier een statusmelding met één van de statuscodes WEI, ACC of AFH (pre-fase).
Als voor de statuscodes ACC is gestuurd, volgt daarna een statusmelding met één van de statuscodes AFR, AFH, BBT, MIB, VBW, AFW of ANN. Daarna kunnen één of meerdere statusmeldingen worden gestuurd met daarin de optionele statuscodes zoals vermeld in de betreffende rij (vóór de fase Uitvoering).
Vervolgens volgt de fase Uitvoering. De statusmelding UIT wordt gestuurd.
In de volgende fase Tijdens uitvoering worden één of meerdere statusmeldingen gestuurd met daarin de optionele statuscodes zoals vermeld in de betreffende rij. Nadat de opdracht is uitgevoerd wordt een statusmelding met de statuscode GER gestuurd.
Afhankelijk van de gemaakte afspraken tussen klant en leverancier en de in de opdracht aangegeven Opdracht Afspraakwijze en Opdracht Typering stuurt de leverancier en klant een statusmelding met statuscode TFC (zie ook gebruikersregels TFC).

Tabel 9: Volgorde en samenhang statuscodes
3.3.2 Gegevens per statuscode
In het bericht Onderhoudsstatus kunt u naast de statuscode nog diverse andere gegevens uitwisselen. Het merendeel van deze gegevens zijn optioneel (zie technische documentatie van de berichten). Om de implementatie van het bericht Onderhoudsstatus te vereenvoudigen wisselt u zo min mogelijk optionele gegevens uit en alleen als deze relevant zijn voor de uitvoering van de Onderhoudssopdracht. In onderstaand schema treft u per statuscode aan welke gegevens u in ieder geval uitwisselt en welke optionele gegevens relevant zijn.
| Code | Status | Optionele gegevens opdrachtniveau |
|---|---|---|
| ACC | Accepteren | - Verplichte gegevens- Prijsinformatie indien deze afwijkt van de prijsinformatie en beschikbaar is in de Onderhoudsopdracht |
| AFH | Afspraak huurder | - Alleen verplichte gegevens |
| AFR | Afwachten, reactie opzichter | - Alleen verplichte gegevens- Aanvullende informatie met daarin vermeld de reden van het versturen van deze statuscode |
| AFW | Afwachten in verband met weer | - Alleen verplichte gegevens- Aanvullende informatie met daarin vermeld een toelichting op het versturen van deze statuscode |
| ANN | Opdracht geannuleerd | - Verplichte gegevens- Aanvullende status informatie: reden van annulering |
| BBT | Bewoner belt terug | - Alleen verplichte gegevens- Aanvullende informatie met daarin vermeld een toelichting op het versturen van deze statuscode |
| BNT | Bewoner niet thuis | - Alleen verplichte gegevens- Aanvullende informatie met daarin vermeld een toelichting op het versturen van deze statuscode |
| GER | Gereed melding | Verplichte gegevens - Datum opdracht uitgevoerd Op regelniveau: Verplichte gegevens - Omschrijving kort - Omschrijving lang (indien nodig) - Oorzaak reparatie code - LEDO-informatie - Aanvullende informatie met daarin vermeld een toelichting op het versturen van deze statuscode |
| TFC | Te factureren | - Verplichte gegevens - Totaalbedrag indien deze afwijkt van het berekende totaalbedrag op basis van de prijsinformatie in de Onderhoudsopdracht - Prijsinformatie indien deze afwijkt van de prijsinformatie in de Onderhoudsopdracht - Als de leverancier TFC stuurt kan de klant akkoord geven via TFC terug. |
| UIT | In uitvoering | - Alleen verplichte gegevens |
| VER | Verlenging | - Verplichte gegevens - Gewijzigde afspraakgegevens - Prijsinformatie indien deze afwijkt van de prijsinformatie in de Onderhoudsopdracht - Aanvullende informatie met daarin vermeld een toelichting op het versturen van deze statuscode |
| WEI | Weigeren | - Verplichte gegevens - Aanvullende status informatie met daarin: o De code van de weigering (positie 1 van de Aanvullende status informatie): • 1 = Tijd • 2 = Capaciteit • 3 = Onduidelijke opdracht o Tekstuele toelichting van de weigering (vanaf positie 3 in Aanvullende status informatie). |
| MIB | Materiaal in bestelling | - Alleen verplichte gegevens - Aanvullende informatie met daarin vermeld een toelichting op het versturen van deze statuscode |
| VBW | Verzoek bewoner | - Alleen verplichte gegevens - Aanvullende status informatie: reden van uitstel |
Tabel 10: Gegevens per statuscode en optionele gegevens
3.3.3 Gebruiksregels TFC
De leverancier meldt de opdracht gereed (statuscode GER) en specificeert in de statusmelding de uitgevoerde werkzaamheden, en mogelijk andere werkzaamheden dan in de initiële opdracht waren vermeld. Binnen de gemaakte afspraken kan na GER ook direct een factuur worden gestuurd, inclusief aanvullende werkzaamheden. Na statuscode GER kan echter ook een code TFC worden gestuurd door de leverancier.
Uitgangspunt bij het gebruik van de statuscode TFC is dat de leverancier de opdracht kan uitvoeren en vervolgens de opdracht gereed meldt en gemaakte kosten specificeert, ook al zijn er afwijkende werkzaamheden uitgevoerd. De afwijkingen t.o.v. de opdracht worden door de klant gesignaleerd, waarna er, afhankelijk van de gemaakte afspraken*, contact over de afwijkende werkzaamheden kan zijn tussen klant en leverancier, voordat er gefactureerd kan worden. Op basis van het signaal van de klant (middels de status TFC), kan dan vervolgens de factuur verstuurd worden. Indien de gereedmelding (GER) binnen de gemaakte afspraken valt, komt direct het TFC-signaal terug vanuit de klant, en kan direct gefactureerd worden.
*) Voor de afwijkende/aanvullende werkzaamheden maken klant en leverancier afspraken over de wijze waarop deze afwijkingen/aanvullingen worden uitgewisseld, bijvoorbeeld via een aanvullende opdracht.
In dit procesmodel zijn de meest gebruikte scenario’s en transacties beschreven. Het scenario self-billing wordt (nog) niet zoveel gebruikt en is daarom niet beschreven. Wilt u en uw handelsrelatie gebruik maken van self-billing, stem dat dan onderling af.
3.4 Gebruikersregels scenario’s
In onderstaande paragrafen treft u verschillende voorbeeldscenario’s aan. Bij ieder scenario, zijn de mogelijke stappen benoemd. Verplicht en Optioneel in de onderstaande tabellen slaan op de statuscodes en niet het bericht.
3.4.1 Scenario Onderhoud - standaard
Zie ook paragraaf 2.4.1 t/m 2.4.4. In dit scenario stuurt de klant een Onderhoudsopdracht naar de leverancier, de leverancier voert de opdracht uit, meldt deze gereed aan de klant na afronding van de opdracht en factureert de gemaakte kosten nadat de klant daarover akkoord heeft gegeven.
Een klant kan de opdracht annuleren (zie Scenario Annuleren). Dit moet dan gebeuren vóórdat de opdracht in uitvoering is genomen. De leverancier meldt daarom aan de klant wanneer de uitvoering is begonnen.
Een Onderhoudsopdracht kan eventueel nog een keer worden gestuurd al dan niet na acceptatie door de leverancier. De aanleiding daarvoor kan bijvoorbeeld zijn dat het tijdvak waarin de opdracht wordt uitgevoerd is gewijzigd t.o.v. het oorspronkelijke gevraagde tijdvak. De Onderhoudsopdracht wordt dan compleet door de corporatie opnieuw ingestuurd met hetzelfde opdrachtnummer en sub-opdrachtnummer en vervangt in zijn geheel de oorspronkelijk ingestuurde Onderhoudsopdracht. Let op: na het sturen van AFH is de opdracht geaccepteerd.
| Stap | Wie | Actie | Status-code | Verplicht (V) Optioneel (O) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | klant | Stuurt Onderhoudsopdracht naar leverancier | n.v.t. | n.v.t. |
| 2 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘afspraak gemaakt met huurder/bewoner’ naar klant | AFH | O |
| 3 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘in uitvoering’ naar klant | UIT | V |
| 4 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘gereed’ naar klant | GER | V |
| 5 | klant | Stuurt statusmelding ‘te factureren’ naar leverancier | TFC | O |
| 6 | leverancier | Stuurt factuur naar klant voor uitgevoerde werkzaamheden | n.v.t. | n.v.t. |
Tabel 11: Stappen in scenario onderhoud - standaard
3.4.2 Scenario Onderhoud - uitgebreid
Zie ook paragraaf 2.4.1 t/m 2.4.4. In dit scenario stuurt de klant een Onderhoudsopdracht naar de leverancier en de leverancier voert de opdracht uit. Tijdens de uitvoering van de opdracht informeert de leverancier periodiek de status en voortgang aan de klant. Na afronding van de opdracht meldt de leverancier deze gereed aan de klant en factureert de gemaakte kosten nadat de klant daarover akkoord heeft gegeven.
Een klant kan de opdracht annuleren (zie Scenario Annuleren). Dit moet dan gebeuren vóórdat de opdracht in uitvoering is genomen. De leverancier meldt daarom aan de klant wanneer de uitvoering is begonnen.
Een Onderhoudsopdracht kan eventueel nog een keer worden gestuurd al dan niet na acceptatie door de leverancier. De aanleiding daarvoor kan bijvoorbeeld zijn dat het tijdvak is gewijzigd t.o.v. het oorspronkelijke tijdvak. De Onderhoudsopdracht wordt dan compleet door de corporatie opnieuw ingestuurd met hetzelfde opdrachtnummer en vervangt in zijn geheel de oorspronkelijk ingestuurde Onderhoudsopdracht.
Tabel 12: Stappen in scenario onderhoud - uitgebreid
| Stap | Wie | Actie | Status-code | Verplicht (V) Optioneel (O) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | klant | Stuurt Onderhoudsopdracht naar leverancier | n.v.t. | n.v.t. |
| 2 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘opdracht geaccepteerd’ naar klant | ACC | V |
| 3 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘afspraak gemaakt met huurder/bewoner’ naar klant | AFH | O |
| 4 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘materiaal in bestelling’ naar klant | MIB | O |
| 5 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘verzoek bewoner’ naar klant | VBW | O |
| 6 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘in uitvoering’ gemaakt met huurder/bewoner’ naar klant | UIT | V |
| 7 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘materiaal in bestelling’ naar klant | MIB | O |
| 8 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘verzoek bewoner’ naar klant | VBW | O |
| 9 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘gereed’ naar klant | GER | V |
| 10 | klant | Stuurt statusmelding ‘te factureren’ naar leverancier | TFC | O |
| 11 | leverancier | Stuurt factuur naar klant voor uitgevoerde werkzaamheden | n.v.t. | n.v.t. |
3.4.3 Scenario Plannen
Zie ook paragraaf 2.4.1 t/m paragraaf 2.4.4. In dit scenario stuurt de klant een Planningsverzoek naar de leverancier. In dit Planningsverzoek wordt door de klant aan de leverancier gevraagd om momenten aan te geven in zijn planning waarop de opdracht kan worden uitgevoerd. Informatie die nodig is om deze vraag te beantwoorden omvat zaken als wanneer, waar en wat. Met die informatie is het planningssysteem van de leverancier in staat om geschikte momenten van uitvoering te bepalen.
De leverancier stuurt vervolgens een reactie op het Planningsverzoek in de vorm van het Planningsreactie bericht. In dit bericht vermeldt de leverancier de mogelijke momenten in zijn planning om de opdracht uit te voeren. Indien de corporatie niet akkoord is met de mogelijke momenten in de Planningsreactie van de leverancier kan de corporatie een nieuw Planningsverzoek insturen naar de leverancier.
Stap Wie Actie Status-code Verplicht (V) Optioneel (O) 1 klant Stuurt Planningsverzoek naar leverancier n.v.t. n.v.t. 2 leverancier Inventariseert mogelijke momenten om opdracht uit te voeren n.v.t. n.v.t. 3 leverancier Stuurt Planningsreactie naar klant n.v.t. n.v.t.
Tabel 13: Stappen in scenario Plannen
3.4.4 Scenario Inspectie
Zie ook paragraaf 2.4.1 t/m paragraaf 2.4.4. In dit scenario stuurt de klant een opdracht naar de leverancier voor het uitvoeren van een inspectie, de leverancier voert de inspectie uit, meldt deze gereed aan de klant na afronding van de opdracht en factureert eventueel de gemaakte kosten indien de inspectie opdracht niet aanvullend leidt tot een bijbehorende Onderhoudsopdracht en nadat de klant daarover akkoord heeft gegeven. U stuurt de rapportage zelf over de inspectie niet mee met de statusmelding met statuscode GER.
| Stap | Wie | Actie | Status-code | Verplicht (V) Optioneel (O) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | klant | Stuurt inspectieopdracht naar leverancier | n.v.t. | n.v.t. |
| 2 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘opdracht geaccepteerd’ naar klant | ACC | V |
| 3 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘in uitvoering’ naar klant | UIT | V |
| 4 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘gereed’ naar klant | GER | V |
| 5 | klant | Stuurt statusmelding ‘te factureren’ naar leverancier | TFC | O |
| 6 | leverancier | Stuurt optioneel een factuur naar klant voor uitgevoerde werkzaamheden | n.v.t. | n.v.t. |
Tabel 14: Stappen in scenario Inspectie
3.4.5 Scenario Annulering In dit scenario annuleert de klant of de leverancier de Onderhoudsopdracht. Er zijn twee situaties te onderscheiden:
1. De klant annuleert de opdracht.
De klant kan een opdracht alleen annuleren:
- overeenkomstig de met de leverancier overeengekomen afspraken
- nadat de leverancier de opdracht heeft geaccepteerd. De klant stuurt dan een statusmelding ‘annulering’ naar de leverancier.
2. De leverancier annuleert de opdracht.
Tijdens de uitvoering van de opdracht constateert de leverancier dat de opdracht niet uitvoerbaar is overeenkomstig de opdracht, bijvoorbeeld omdat de huurder niet akkoord gaat met de door hem/haar te vergoeden kosten of omdat dat de huurder, ondanks de gemaakte afspraken, telkenmale niet thuis is bij de uitvoering van de opdracht. De leverancier annuleert de opdracht met statuscode ANN en meldt de opdracht gereed met statuscode GER. De leverancier factureert de reeds gemaakte kosten nadat de klant daarover akkoord heeft gegeven.
| Stap | Wie | Actie | Status-code | Verplicht (V) Optioneel (O) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | klant | Stuurt Onderhoudsopdracht naar leverancier | n.v.t. | n.v.t. |
| 2 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘opdracht geaccepteerd’ naar klant | ACC | V |
| 3¹ | klant | Stuurt statusmelding ‘annuleren’ naar leverancier | ANN | V |
| 4a¹ | leverancier | Stuurt statusmelding ‘in uitvoering’ gemaakt met huurder/bewoner’ naar klant | UIT | V |
| 4b¹ | leverancier | Stuurt statusmelding ‘annuleren’ naar klant | ANN | V |
| 4c¹ | leverancier | Stuurt statusmelding ‘gereed’ naar klant | GER | V |
| 4d¹ | klant | Stuurt statusmelding ‘te factureren’ naar leverancier | TFC | O |
| 4e¹ | leverancier | Stuurt factuur naar klant voor uitgevoerde werkzaamheden | n.v.t. | n.v.t. |
Tabel 15: Stappen in scenario Annulering
¹ Stap 3 of 4 wordt uitgevoerd
3.4.6 Scenario Weigering
In dit scenario weigert de leverancier de opdracht. De leverancier vermeldt in het attribuut Aanvullende statusinformatie de code van de weigering (positie 1 van de Aanvullende statusinformatie en een tekstuele toelichting vanaf positie 3 in Aanvullende statusinformatie).
De code van de weigering kan zijn:
1 = Tijd
2 = Capaciteit
3 = Onduidelijke opdracht
Na de weigering van de opdracht door de leverancier kan de klant eventueel de opdracht aanpassen en met een ander opdrachtnummer opnieuw insturen.
| Stap | Wie | Actie | Status-code | Verplicht (V) Optioneel (O) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | klant | Stuurt Onderhoudsopdracht naar leverancier | n.v.t. | n.v.t. |
| 2 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘weigeren’ naar leverancier | WEI | V |
Tabel 16: Stappen in scenario Weigering
3.4.7 Scenario Verlenging
In dit scenario vermeldt de leverancier aan de klant dat de opdracht langer gaat duren in doorlooptijd dan in de opdracht is aangegeven. De verlenging kan diverse oorzaken hebben, bijvoorbeeld:
- Weersomstandigheden;
- Huurder/bewoner is afwezig voor een bepaalde periode door bijvoorbeeld vakantie;
- Opdracht blijkt meer tijd te vergen dan ingeschat.
| Stap | Wie | Actie | Status-code | Verplicht (V) Optioneel (O) |
|---|---|---|---|---|
| 1 | klant | Stuurt Onderhoudsopdracht naar leverancier | n.v.t. | n.v.t. |
| 2 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘opdracht geaccepteerd’ naar klant | ACC | O¹ |
| 3 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘afspraak gemaakt met huurder’ naar klant | AFH | O¹ |
| 4 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘materiaal in bestelling’ naar klant | MIB | O¹ |
| 5 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘verzoek bewoner’ naar klant | VBW | O¹ |
| 6 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘in uitvoering’ gemaakt met huurder/bewoner’ naar klant | UIT | V |
| 7 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘materiaal in bestelling’ naar klant | MIB | O¹ |
| 8 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘verzoek bewoner’ naar klant | VBW | O¹ |
| 9 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘afwachten in verband met weer’ naar klant | AFW | O¹ |
| 10 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘bewoner niet thuis’ naar klant | BNT | O¹ |
| 11 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘verlenging’ naar klant. De leverancier vermeldt de nieuwe doorlijptijd en eventueel aangepaste prijsinformatie in de statusmelding. | VER | O |
| 12 | leverancier | Stuurt statusmelding ‘gereed’ naar klant | GER | V |
| 13 | klant | Stuurt statusmelding ‘te factureren’ naar leverancier | TFC | O |
| 14 | leverancier | Stuurt factuur naar klant voor uitgevoerde werkzaamheden | n.v.t. | n.v.t. |
Tabel 17: Stappen in scenario Verlenging
¹ Verplicht als de betreffende status van toepassing is
3.5 Gebruikersregels transacties
In deze paragraaf worden specifieke gebruikersregels beschreven per berichtsoort.
3.5.1 Gebruikersregels transactie Onderhoudsopdracht
Met het bericht Onderhoudsopdracht verstrekt u als klant opdracht aan uw leverancier om activiteiten uit te voeren met betrekking tot het onderhoud. Met dit bericht start u de afhandeling van een Onderhoudsopdracht.
3.5.1.1 Gebruikersregels Onderhoudsopdracht
- Een Onderhoudsopdracht wordt aangemaakt door de klant.
- Een Onderhoudsopdracht krijgt altijd een uniek eigen opdrachtnummer en sub-opdrachtnummer.
- In het bericht stuurt u minimaal één regel met daarin gegevens over de uit te voeren taak.
- U mag meerdere opdrachtregels in het bericht vermelden.
- Iedere opdrachtregel identificeert u met een regelnummer.
- Het regelnummer mag u maar één keer gebruiken in een opdracht.
- U nummert de regels oplopend in een opdracht.
3.5.2 Gebruikersregels transactie Statusmelding
Met het bericht Statusmelding verstrekt u de status en voortgang van de verstrekte opdracht.
3.5.2.1 Gebruikersregels Statusmelding Onderhoudsopdracht
- Een Statusmelding kan zowel door de klant als leverancier worden aangemaakt en verstuurd.
- Een Statusmelding krijgt altijd een uniek eigen berichtnummer.
- De partijen in de berichten Onderhoudsopdracht en Statusmelding zijn gelijk.
- Een Statusmelding verwijst op kopniveau naar maximaal één Onderhoudsopdracht.
- Tussen het Onderhoudsbericht en de Statusmelding bestaat een 1:n relatie. U kunt op één opdracht meerdere Statusmeldingen uitwisselen.
- In de Statusmelding vermeldt u het (unieke) opdrachtnummer en sub-opdrachtnummer.
- U geeft de status op kopniveau aan.
- Het regelnummer in de Statusmelding verwijst naar de betreffende regel in de Onderhoudsopdracht waarover een status wil melden.
3.5.3 Gebruikersregels transactie Factuur
Met het Factuurbericht brengt u als leverancier de gemaakte kosten in rekening voor de geleverde diensten op basis van de gemaakte afspraken of crediteert u in een eerder gestuurd Factuurbericht gemaakte kosten (Creditfactuur).
3.5.3.1 Gebruikersregels Factuur
- Een factuur wordt aangemaakt door de leverancier.
- Een factuur krijgt altijd een uniek eigen factuurnummer.
- De partijen in de berichten zijn gelijk (bijvoorbeeld de klant in de Onderhoudsopdracht is de afnemer in het Factuurbericht).
- Eén factuur verwijst naar maximaal één Onderhoudsopdracht.
- Tussen het onderhoudsbericht en de factuur bestaat een 1:n relatie. U kunt op één Onderhoudsopdracht meerdere facturen uitwisselen.
- In de factuur vermeldt u het (unieke) opdrachtnummer.
- Het regelnummer in de factuur verwijst naar de regel in de Onderhoudsopdracht.
3.5.4 Gebruikersregels transactie Planningsverzoek
Met het bericht Planningsverzoek informeert de klant bij de leverancier naar de mogelijkheden in de planning om de betreffende Onderhoudsopdracht uit te voeren binnen de gewenste periode.
3.5.4.1 Gebruikersregels Planningsverzoek
- Een Planningsverzoek wordt aangemaakt door de klant.
- Een Planningsverzoek krijgt altijd een uniek eigen nummer.
- In het bericht stuurt u gegevens over de uit te voeren taak.
3.5.5 Gebruikersregels transactie Reageren op Planningsverzoek
Met het bericht Planningsreactie informeert de leverancier de klant over de mogelijkheden in zijn planning, met betrekking tot een uit te voeren activiteit in de gevraagde bloktijden.
3.5.5.1 Gebruikersregels Planningsreactie
- Een Planningsreactie wordt aangemaakt door de leverancier.
- Een Planningsreactie krijgt altijd een uniek eigen nummer.
- De partijen in de berichten Planningsverzoek en Planningsreactie zijn gelijk.
- Een Planningsreactie verwijst naar maximaal één Planningsverzoek.
- Tussen het Planningsverzoek en Planningsreactie bestaat een 1:1 relatie.
- In de Planningsreactie vermeldt u het (unieke) berichtnummer uit het Planningsverzoek.